top of page
Modeldiorama
Hoe het allemaal begon: De Sneker antiquaar en taxateur Piet Scheltema had een grote affiniteit met kleine treinen. Hij verzamelde vrijwel alles wat er op het gebied van Nederlandse modelspoor-banen verkrijgbaar was. Zijn collectie werd in de loop der jaren zo groot dat deze zelfs in het Guinness Book of Records terechtkwam.
In 1985 kreeg de verzameling een eerste onderkomen in een gebouw aan de Gedempte Neltjeshaven in het centrum van de watersportstad. Twee jaar later kon aan het Kleinzand een nieuw onderkomen worden betrokken, dat ’s zomers toegankelijk was voor bezoekers. In 1989 overleed Piet Scheltema. Daarna werd de collectie ondergebracht bij familieleden. Dankzij de Sneker politicus Herman Scholten raakten de kleine spoorwegen van Scheltema niet in de vergetelheid. Met hulp van talrijke vrijwilligers kon hij in 1994 in de kelder van de plaatselijke bibliotheek een klein museum openen. Vanaf 2002 ontstonden, mede doordat de collectie door legaten en nalatenschappen gestaag groeide, plannen om de verzameling van Scheltema op grotere schaal toegankelijk te maken voor het publiek.
Deze inspanningen leidden er uiteindelijk toe dat in 2005 in de rechtervleugel van station Station Sneek, verspreid over twee verdiepingen, een nieuw museum kon worden geopend. In vitrines, op diorama’s en op een grote modelspoorbaan groeide het voormalige “kelderkind” uit tot een attractie van bovenregionale betekenis. Jaarlijks trok het 25.000 spoorwegliefhebbers, maar ook geïnteresseerde toeristen. Daarmee beschikte Sneek samen met het Fries Scheepvaart Museum over twee publiekstrekkers van formaat die niet alleen nationaal, maar ook internationaal veel aandacht kregen.

Van station naar meubelzaak: Waar enkele jaren geleden nog banken en bedden werden verkocht, ontstond in korte tijd een ruim opgezet museum op één verdieping. De redactie van swisscrocodile bezocht het nieuwe onderkomen incognito, dus zonder begeleiding van museum­personeel, om een objectieve indruk te krijgen.
Al bij de kassa was de ontvangst vriendelijk en kregen we de eerste tips en uitleg voor een boeiende rondgang. Kinderen kunnen deelnemen aan een speurtocht en ook voor vragen staan vrijwilligers klaar. De warme dag leidde echter eerst naar het sfeervol ingerichte café, dat eveneens door vrijwilligers wordt gerund en zich moeiteloos kan meten met professionele horecazaken. Er zijn verschillende drankjes verkrijgbaar en een kleine lunchkaart.

Hygiëne staat voorop: Veel beroepsjournalisten hebben een merkwaardige gewoonte: vóór een rondgang door een museum of andere instelling gaat de weg eerst naar het toilet. Niet omdat het moet, maar omdat men iets wil weten over de hygiëne. En op dat vlak zou het museum voor veel openbare toiletten als voorbeeld kunnen dienen. De cabines maakten een zeer schone indruk en er is ook een lichte en ruime mindervalidentoilet aanwezig.
 
Ontdekken en beleven: Tijdens de rondgang zijn in talrijke vitrines zeldzame modellen te ontdekken die menig modelspoorder graag zelf in zijn verzameling zou hebben. Er zijn merken van bekende fabrikanten vertegenwoordigd, maar ook modellen van kleine serieproducenten. Indrukwekkend is eveneens de grote stoomtractor die alle blikken naar zich toetrekt. Een van de modelbanen is zonder twijfel een meesterwerk van modelbouwkunst dat qua professionaliteit nauwelijks te overtreffen is. Naar verluidt kostte deze €150.000. Op slechts enkele vierkante meters is het gelukt om stad, platteland, industrie, havengebied en een bergmassief met kabelbaan visueel overtuigend weer te geven, zonder grote concessies te doen. Bovendien kunnen verschillende scènes met een druk op de knop tot leven worden gebracht. Gewoonweg klasse! Diverse kleinere banen vullen de grotere exposities op zinvolle wijze aan. Tijdens de rondgang ontdekten we ook een zeer fraai Amerikaans diorama en telkens weer echte blikvangers die bezoekers onmogelijk konden missen. Ook een kijkje in de werkplaats is mogelijk en in een kleine filmzaal worden spoorwegfilms vertoond. Alles bij elkaar vormt het een totaalbeleving die indruk maakt. Wat wij misten — of misschien simpelweg over het hoofd hebben gezien — is uitleg over de verschillende bedrijfssystemen zoals wisselstroom en gelijkstroom. Ook over de diverse spoorbreedtes vonden we geen informatie. In het museum kan slechts ongeveer twintig procent van alle aanwezige treinen, uniformen enzovoort worden getoond. De overige tachtig procent wordt veilig opgeslagen en op gezette tijden gewisseld. Regelmatige bezoekers kunnen daardoor telkens weer iets nieuws ontdekken. ​

Nieuwe aanwas gewenst: Tot slot nog een bezoek aan de kleine museumwinkel. Daar worden nieuwe en gebruikte modelspoorbanen aangeboden, waardoor de instap in deze fascinerende hobby mogelijk wordt gemaakt tegen vriendelijke prijzen. Onze conclusie: voor een bezoek moet men minstens twee uur uittrekken, want de variatie van wat hier wordt aangeboden is nauwelijks te overtreffen. Bovendien is het museum geen verzameling statische objecten, maar een plek waar actief beleven centraal staat. Dus: gewoon gaan — het is absoluut de moeite waard!
Het museum op de nieuwe locatie aan de A7 in Sneek.
De grote stoomtractor.
Op de kleinste ruimte vinden een industriepark…
… en een overslaghaven een plek.
Een imposante brug op een diorama met als thema Amerika.
Er is veel te beleven: een station tussen kermis en grootstad.
Kinderen komen via een tunnel in het midden van de opstelling.
Zelf eens de transformator bedienen.

© 2025 by Edition Erasmus, Woudsend

bottom of page